Stilstaande beweging.

Om een beeld vast te leggen waarbij een onderwerp volledig stil lijkt te staan, moet de sluitertijd van de camera snel genoeg zijn om de beweging te bevriezen, dat betekend dat de sluitertijd snel genoeg moet zijn en de hoeveelheid licht voldoende moet zijn om een snelle sluitertijd toe te staan.

Om dit duidelijk te maken moet er even het een en ander met elkaar worden vergeleken en gerekend worden.

Een snelheid van 5 km/uur (wandel snelheid) is gelijk aan 1,39 m/s.

Dit wordt verkregen door 5 (km/uur) te vermenigvuldigen met 1000 (1000m = 1 km) en te delen door 3600 (het aantal seconden in een uur). 5×1000/3600=1,38888 (v)
Zo wordt km/uur omgezet naar m/s.
We spreken nu nog steeds van snelheid.

Snelheid (v) is gelijk aan een verplaatsing (x) in een zekere tijd (t). vgem=Δx/Δt dus 1,39 m/s.
D.w.z. dat in Δt=1/250 van een seconden de verplaatsing ook (Δx)250 maal kleiner wordt dus 0,005m en dat is weer gelijk aan Δx=5mm. Vanaf enige afstand zal deze beweging in zo’n korte tijd nauwelijks waarneembaar zijn.
Helemaal “stilzetten” van een beweging is, theoretisch, niet mogelijk maar bij zeer korte sluitertijden 1/4000 of 1/8000 zal een beweging op de foto zeer moeilijk te zien zijn.

Hier zijn de typische sluitertijden voor een lopende mens en een rennende hond:

Normaal lopende mens:

  • Een lopende mens beweegt meestal met een snelheid van ongeveer 5 tot 7 km per uur (ongeveer 1,3 tot 1,8 meter per seconde). Om deze beweging te bevriezen, is een sluitertijd van ongeveer 1/250ste van een seconde of sneller over het algemeen voldoende.

Rennende hond:

  • Een rennende hond kan veel sneller bewegen en bereikt vaak snelheden van 20 tot 30 km per uur (ongeveer 6,7 tot 8,3 meter per seconde) of meer, afhankelijk van het ras en de situatie. Om de beweging van een rennende hond te bevriezen, is meestal een sluitertijd van ongeveer 1/1000ste van een seconde of sneller nodig.

Deze waarden kunnen variëren op basis van de snelheid van het onderwerp en de gewenste scherpte van het beeld. Als er nog steeds bewegingsonscherpte is, kan het helpen om de sluitertijd verder te verkorten. Daarnaast zijn goede lichtomstandigheden nodig om zulke snelle sluitertijden te gebruiken zonder de beeldkwaliteit aan te tasten.

Mijn advies is, maak de foto zoals je die in gedachte heb en kies je sluitertijd bij het bewegende object en maak je niet druk om een lage ISO.
Enige gewenste bewegingsonscherpte geeft soms een idee van de snelheid.

Geef een reactie