Bij een Nikon‑camera met een FX‑sensor (full frame, 36 mm × 24 mm) wordt bij het overschakelen naar DX‑modus (APS-C, 23,6 mm × 15,7 mm) alleen het centrale deel van de sensor uitgelezen. Dat betekent dat je ongeveer 44 % van het sensoroppervlak – en daarmee ongeveer 44 % van het totale aantal pixels – behoudt. Met andere woorden: je verliest ruwweg 56 % van de pixels wanneer je van FX‑ naar DX‑formaat gaat.
Dit komt doordat de DX‑sensor (of DX‑crop) een 1,5× crop‑factor heeft; het oppervlakte‑ratio is (1 / 1,5)² ≈ 0,44. Een FX‑camera met bijvoorbeeld 24 MP levert in DX‑modus nog iets meer dan 10 MP (≈ 44 % van 24 MP).
Je verliest dus ongeveer de helft van de resolutie – rond de 55‑56 % minder pixels – wanneer je een FX‑sensor in DX‑modus gebruikt.
FX‑ versus DX‑formaat bij Nikon‑camera’s
| Kenmerk | FX (full‑frame) | DX (APS‑C) |
|---|---|---|
| Sensorformaat | 36 mm × 24 mm (volledig frame) | ca. 23,6 mm × 15,7 mm (1,5× crop) |
| Beeldhoek | Breedste hoek; dezelfde brandpuntsafstand geeft een “normale” kijkhoek | Crop‑factor 1,5 → een 50 mm‑lens gedraagt zich als een 75 mm‑lens en een 200mm gedraagt zich als een 300mm (kader wordt kleiner) |
| Resolutie / Pixels | Meestal meer/grotere pixels (bijv. 24 – 45 MP) – meer detail | Minder totale pixels (bijv. 16 – 20 MP) omdat slechts ~44 % van het FX‑oppervlak wordt gebruikt |
| Lichtgevoeligheid (ISO) | Groter oppervlak → beter signaal‑ruisverhouding, lagere ruis bij hoge ISO | Kleiner oppervlak → hogere ruis bij dezelfde ISO‑waarden; minder dynamisch bereik |
| Diepte‑van‑veld | Voor dezelfde compositie en diafragma kun je een ondiepere diepte‑van‑veld krijgen (meer “bokeh”) | Dieper scherptegebied bij gelijkwaardige instellingen, wat handig kan zijn voor landschappen of macro |
| Bereik (telefoto) | Geen extra “zoom” door crop; vereist langere brandpuntsafstand voor hetzelfde kader | De 1,5× crop vergroot effectief het bereik van telelenzen (een 200 mm‑lens werkt als 300 mm) * zie note |
| Lenscompatibiliteit | Alle Nikon‑lenzen (FX‑ en DX‑lenzen) passen, maar DX‑lenzen geven een kleiner beeldcirkel (kan vignettering veroorzaken op FX‑modi) | Alleen DX‑lenzen (en FX‑lenzen met crop‑modus) worden volledig benut; FX‑lenzen kunnen zwaar en duur zijn |
| Kosten & gewicht | Over het algemeen duurdere camera‑lichamen en zwaardere, grotere lenzen | Lagere aanschafprijs, lichtere bodies en lenzen – aantrekkelijk voor beginners en reisfotografen |
| Toepassingen | Portret‑, landschaps‑, architectuur‑ en low‑light fotografie waar maximale resolutie en controle over diepte‑van‑veld belangrijk zijn | Sport‑, wildlife‑ en reisfotografie waar extra bereik en draagbaarheid gewenst zijn, of voor gebruikers met een beperkter budget |
Voor‑ en nadelen in één oogopslag
FX (Full‑Frame)
Voordelen
- Meer licht per pixel → betere prestaties bij weinig licht en minder ruis.
- Groter dynamisch bereik → meer details in schaduwen en hooglichten.
- Minder crop‑factor → breedere beeldhoek, ideaal voor landschappen en architectuur.
- Mogelijkheid tot zeer ondiepe scherptediepte → mooie bokeh voor portretten.
- Hogere resolutie → meer detail, geschikt voor grote afdrukken of cropping.
Nadelen
- Zwaarder en groter → minder draagbaar, meer belasting bij lange fotosessies.
- Duurder → zowel de camera‑body als de meeste FX‑lenzen kosten meer.
- Geen extra “reach” → telefoto‑werk vereist langere brandpuntsafstanden.
DX (APS‑C)
Voordelen
- Kleinere, lichtere camera’s → handzamer, makkelijker mee te nemen.
- Lagere prijs → aantrekkelijk voor beginners of hobby‑fotografen.
- 1,5× crop‑factor → extra bereik voor telelenzen zonder extra lenslengte (handig voor sport/wildlife).
- Diepere scherptediepte → vaak wenselijk voor landschappen of situaties waarin je meer van de scène scherp wilt hebben.
Nadelen
- Kleiner sensoroppervlak → slechtere prestaties bij weinig licht, meer ruis bij hoge ISO.
- Minder dynamisch bereik → minder detail in extreme contrasten.
- Minder resolutie → minder detail voor grote afdrukken of intensief croppen.
- Beperkte lenskeuze → DX‑lenzen hebben een kleinere beeldcirkel; FX‑lenzen zijn wel bruikbaar, maar kunnen zwaarder en duurder zijn.
Welke moet je kiezen?
- Kies FX als je maximale beeldkwaliteit, lage‑lichtprestaties en creatieve controle over diepte‑van‑veld nodig hebt, en je bereid bent meer te investeren in apparatuur en gewicht.
- Kies DX als je een compact, betaalbaar systeem wilt met, naar het schijnt, extra telebereik, of als je net begint en niet meteen de hoogste resolutie of low‑light prestaties nodig hebt.
* note
Als we een FX- en een DX-body uitrusten met identieke lenzen, bijvoorbeeld 500 mm f4, en vervolgens op hetzelfde moment en vanaf dezelfde afstand tot het onderwerp met beide opstellingen dezelfde foto maken, dan krijgen we exact dezelfde grootte van het object.
Het onderwerp LIJKT groter in het DX-frame omdat het beeldveld van het frame KLEINER is dan dat van het FX-frame. De EVF of de nabewerkingssoftware zal de het beeld vullen met het DX-Frame (oprekken) waardoor het object dichterbij lijkt te zijn.
De lens “lijkt” zich te gedragen als een 750mm ( brandpunt x Crop factor = 500 x 1,5) lens.

Beide formaten hebben hun eigen sterktes, dus de beste keuze hangt af van jouw fotografische stijl, budget en praktische wensen.

