Wat is diffraction (diffractie)?
Diffractie is een natuurkundig verschijnsel waarbij lichtgolven buigen en uitwaaieren wanneer ze langs een rand of door een kleine opening (zoals het diafragma van een lens) gaan.
Omdat licht zich als een golf gedraagt, kan het niet oneindig strak door een kleine opening bewegen, het spreidt uit.
Effect op cameralenzen
In fotografie betekent dit:
Beperking van scherpte/resolutie:
Bij kleine diafragma’s (bijvoorbeeld f/16, f/22 en kleiner) gaat diffractie overheersen. Daardoor wordt het beeld minder scherp, ook al ligt de scherpstelling perfect.
Verminderd microcontrast:
Fijne details, zoals gras, haar of textuur in gebouwen, verliezen contrast en zien er wat “zachter” of “wolliger” uit.
Beperkt nut van hoge megapixels:
Een sensor met bijvoorbeeld 50+ megapixels kan bij f/22 niet zijn volle detailniveau laten zien, omdat diffractie de lens al fysiek begrenst.
Wanneer treedt diffractie op?
De invloed hangt af van:
Diafragmaopening: hoe kleiner (hoger f-getal), hoe sterker het effect.
Sensorformaat en pixelgrootte: hoe kleiner de pixels, hoe sneller diffractie zichtbaar wordt. (Bij een full-frame valt het later op dan bij een compacte sensor met dezelfde f-getallen.)
Hoe verminderen of voorkomen?
Helemaal voorkomen kan niet (het is natuurkunde), maar je kunt het wél slim beperken:
- Gebruik een “sweet spot” diafragma
De meeste lenzen zijn het scherpst rond f/5.6 – f/8 (afhankelijk van lens en sensor). Daar is er een balans: weinig lensfouten en nog nauwelijks diffractie. - Vermijd onnodig kleine diafragma’s
Gebruik f/16 of f/22 alleen als je écht maximale scherptediepte nodig hebt (bijvoorbeeld in landschappen of macro’s). - Focus stacking als alternatief
Voor landschappen of macrofotografie: meerdere foto’s op verschillende scherpstelafstanden maken bij een “optimaal” diafragma (bv. f/8) en later digitaal samenvoegen → groot scherptebereik zónder diffractie. - Slim gebruik van sensor en belichting
Bij grotere sensoren (full-frame of middenformaat) heb je minder snel last.
Met ND-filters kun je lange sluitertijden bereiken zonder naar f/22 te hoeven.
- Nabewerking
Software (zoals Lightroom of DxO) kan wat detail terughalen met deconvolutie-sharpening, maar het herstelt nooit alles.
Hier zie je het effect van diffractie in een gesimuleerde vergelijking:

f/4 → scherpe lijnen, veel detail.
f/8 → nog steeds scherp, dit is meestal de “sweet spot” van de lens.
f/22 → de randen vloeien in elkaar; fijne details verdwijnen door diffractie.
Hier zie je een visueel voorbeeld:

f/4 → het schaakbord is scherp en contrastrijk.
f/8 → nog steeds scherp, dit is vaak het optimale diafragma.
f/22 → de randen vloeien in elkaar; fijne details verdwijnen door diffractie.
Conclusie:
Diffractie is het buigen van lichtgolven door kleine openingen, wat leidt tot zachtere beelden bij kleine diafragma’s.
Om dit te beperken gebruik je best de “sweet spot” van je lens (f/5.6–f/8), en als je meer scherptediepte nodig hebt: liever focus stacking of filters, in plaats van extreem hoge f-getallen.

